Ouderdomspensioen inruilen

Printvriendelijke versie

De inruil die bij "Nabestaandenpensioen inruilen" is geschetst, werkt twee kanten op. U kunt namelijk óók een deel van uw ouderdomspensioen inruilen voor nabestaandenpensioen. Het eventueel vóór 1 januari 2006 opgebouwde nabestaandenpensioen blijft weliswaar staan, maar wordt niet verder opgebouwd. Op de pensioendatum zal het nabestaandenpensioen dus niet langer 70% van het ouderdomspensioen bedragen. Het kan dan misschien nodig zijn om het nabestaandenpensioen te verbeteren; denk maar aan deelnemers met een partner zonder eigen pensioen of met een klein pensioen.

Als u voor inruilen kiest, bent u verzekerd van een (hoger) nabestaandenpensioen. Ook in dit geval geldt dat de keuze onomkeerbaar is en gemaakt moet worden op het moment dat u met pensioen gaat of de bedrijfstak verlaat. De keuze die u bij het verlaten van de bedrijfstak hebt gemaakt, kunt u echter herroepen op het moment dat u met pensioen gaat.

Hoe deze inruil in de praktijk uitpakt, verschilt per geval. Het hangt er natuurlijk vanaf hoeveel nabestaandenpensioen u eventueel vóór 1 januari 2006 hebt opgebouwd. Afhankelijk hiervan kunt u meer of minder ouderdomspensioen inruilen.

Het is ook mogelijk dat u helemaal geen nabestaandenpensioen opgebouwd hebt, terwijl uw partner wel behoefte heeft aan een nabestaandenpensioen. In zo’n geval is het van groot belang dit te verzekeren.

Toestemming partner
Ook bij deze keuze hebt u de toestemming van uw partner nodig in de vorm van een schriftelijke verklaring. Deze verklaring hoeft niet bij een notaris te zijn vastgelegd.

Als u geen partner hebt en alleen het ouderdomspensioen wilt, dan volstaat een schriftelijke verklaring. Deze verklaring hoeft niet bij een notaris te zijn vastgelegd.
Enkele maanden voordat u met pensioen gaat, ontvangt u van ons de benodigde formulieren.